Wieringer Aak WR4

Tussen 1850 en 1900 groeide de vissersvloot enorm door toegenomen vraag uit de steden, verbeterde vervoersmogelijkheden van de vis en het machinale breien van netten.

De overheid besloot in 1883, dat alle schepen een visserijnummer moesten krijgen op het schip en in het zeil.
Op de ochtend, dat het gemeentehuis open ging voor de registratie, ging Jaap ten Bokkel uit Hippolytushoef er al vroeg heen, hij wilde no 1 hebben. Maar een ander was hem voor. No 2 en 3 wilde hij niet. Dus dat werd 4. En waarom? Het nummer moest ook nog in de kurken op de netten gesneden worden, en een 1 of een 4 is makkelijker te snijden dan een 2 of een 3. Zodoende staat op dit schip WR4. Het kreeg de naam “Zelden Pas”.
In 1883 viste Jaap nog met een Skuutje, iets groter dan de WR60, maar in 1896 liet hij op de werf in Van Ewijcksluis een nieuw Aakje bouwen. Dit schip was hem al gauw te klein, daarom liet hij in 1900, opnieuw bij scheepstimmerman Nijdam uit Van Ewijcksluis, een grotere Aak bouwen, deze WR4.
In het voorjaar viste Ten Bokkel er mee op haring en ansjovis, in de zomer op harder en bot. In herfst en winter op alikruken en kokkels voor de Belgische en Engelse markt. Ook mosselen voor Duitsland. Zeegras is met dit schip nooit gevist.

De Aak is van 2000 tot en met 2004 gerestaureerd, met natte bun en handgenaaide zeilen van vlasdoek (linnen).

Alle werkzaamheden aan de WR4 worden door vrijwilligers verricht. De benodigde inkomsten worden verkregen uit verhuurgelden, giften en presentiegelden.
Omdat het schip nog maar kort in bezit is van de stichting WR60 en WR4, wordt er nog gezocht naar aanvullende inkomsten, met name voor de reserveringen die nodig zijn voor toekomstige restauraties.